Artikel Volkskrant 2014

Volkskrant magazine over reizen met Fair2- Iñaki Oñorbe Genovesi (21 juni 2014)

Pas na een paar dagen in Ethiopië dringt het tot je door: Bob & Bob hebben je jarenlang zand in de ogen gestrooid. Ethiopië is helemaal niet meer het straatarme en hongerige Oost-Afrikaanse land waar Bob Geldof met zijn Band Aid (‘Do they know it’s Christmas’) zo vurig aandacht voor heeft gevraagd. En al helemaal niet het beloofde land Zion, waar volgens reggaelegende Bob Marley rastafari’s en zwarten in de diaspora ooit naar terug moeten keren om gelukkig te leven.

Ethiopië heeft, althans volgens diverse hulpverleners, belangrijke stappen gezet in de strijd tegen honger en ondervoeding. Shashemene, ooit door de legendarische Ethiopische keizer Haile Selassie aan de rastafari's toegezegd als de ‘mooiste stad van Afrika’ is een stoffige en morsige plaats geworden. Zo eentje die zelfs Ethiopische toeristengidsen uit de hoofdstad Addis Abeba tegenwoordig liever links laten liggen. Verwacht echter geen sip gezicht bij de Belgische dertiger Ine Hugo, naast wie we in de grote Toyota landcruiser zijn gaan zitten. Of een spoor van twijfel bij haar moeder, Martine Opligtenberg. Ook zonder Bob & Bob waren ze naar Ethiopië gekomen ‘Politiek stabiel, nauwelijks sociale onrust en religieuze spanningen, relatief veilig, er zijn heel wat plekken in Afrika waar je slechter af bent als reiziger’, zegt Hugo. Bovendien blijken Ethiopiërs, ook al beantwoorden ze elke vraag met een tegenvraag, ‘heel opgewekte en gastvrije mensen’.

Ook niet onbelangrijk: Ethiopië, dat bijna dertig keer zo groot is als Nederland, wordt met jaarlijks zo’n half miljoen toeristen nog niet platgelopen. ‘Onontdekt’, noemt Opligtenberg dan ook ’het enige Afrikaanse land dat nooit werd gekoloniseerd’. Nou ja, op die bloedige vijf jaar bezetting na door de Italianen troepen van dictator Benito Mussolini tussen 1936 en 1941. Toen Ethiopië nog wereldwijd bekend stond als Abbessinië.

Abbessinië keert geregeld terug in gesprekken met Ethiopiërs. Of je nou samen flesjes St. George bier drinkt of met je handen pittige kip en bonen eet met injera, de grote zurige pannenkoek die elke maaltijd weer opduikt. Dan vertellen Ethiopiërs ook trots over de bakermat van het Ethiopisch-orthodoxe christendom in Axum, waar de Ark van het Verbond nog verborgen zou liggen. Ze beginnen over Harar met zijn 99 moskeeën, een voor elk van de 99 schone namen van Allah. Of sporen je aan een bezoek te brengen aan Lalibela, waar volgens een mythe zelfs engelen zouden hebben meegeholpen met de bouw van de elf uit vulkanische steen uitgehakte rotskerken.

Het noorden en oosten van Ethiopië, dat is echt een reis langs religie en historie. Maar wij reizen alleen mee door het zuiden van dit Afrikaanse land met ruim 90 miljoen inwoners en zeker 85 verschillende volkeren. Voor de mensen die de oude Grieken al de naam Aethiops, verbrand, gaven vanwege hun o zo donkere huidskleur. Bovendien geldt het zuiden van Ethiopië als de bakermat van de mensheid. Hier werden de oudste menselijke resten ter wereld opgegraven. Hier zouden, zo concludeerden wetenschappers na vergelijking van DNA van mensen uit de hele wereld, ergens tussen 180.000 en 130.000 jaar geleden onze genetische oorsprong moeten hebben gelegen.

Dus zijn we in de Toyota afgezakt naar het zuiden van Ethiopië. Langs stoffige en snikhete wegen waarlangs breed lachende jongetjes smeken om flesjes water. Of doen allerlei gekke dansjes die volgens onze Ethiopische gids Getinet ooit door de King of Pop Michael Jackson werden ‘gepikt’ voor de danschoreografieën in zijn videoclips.

We vergapen ons aan het Ethiopische landschap dat alles behalve dor en droog blijkt te zijn, maar golvend, heuvelachtig en weelderig begroeid. Geregeld passeren we dorpjes met kleine hutten gemaakt van steen, dode takken of golfplaten. Op kleine veldjes zien we sorghum, maïs en koffiestruiken. Voor Getinet aanleiding weer eens het verhaal te vertellen over de ontdekking van koffie. Hoe de Ethiopische herder Kaldi 1700 jaar geleden het gevoel kreeg niet meer moe te kunnen worden, nadat hij van dezelfde lichtzoete bessen had gegeten die eerder zijn geiten in alle staten hadden gebracht.

Intussen probeert onze chauffeur de stuiterende wagen te loodsen langs jonge herders met geiten en boeren met koeien die alsmaar op de weg opduiken. ‘Een van de dieren raken is slecht voor je auto, maar vooral voor je portemonnee’, bezweert gids Getinet. Een geit kost je al gauw 2150 birr, omgerekend 80 euro, aan schadevergoeding. Een koe een slordige 250 euro. En vaak vragen de getroffen herders en boeren het dubbele aan de onfortuinlijke chauffeurs. ‘Zonder blikken of blozen vertellen ze je dan dat je net hun beste geit of een zwangere koe hebt aangereden.

Als we onderweg uit de auto stappen voor fotostops, worden we steevast omringd door opgewonden zwarte mannen, vrouwen en kinderen die ‘faranji’ (buitenlander) naar ons schreeuwen en op onze bezwete T-shirts wijzen. Die willen ze wel hebben. Of ze roepen luidkeels ‘foto, foto’. Als we dan lachend onze camera trekken, gaan hun handen direct vragend omhoog. Even twijfelen we. Betalen voor een foto? Dat is toch not done? Maar daar denken ze rond onze auto anders over. ‘Foto, 1 birr’.

Dan moeten we de Omo vallei, het gebied rond de Omo-rivier en nabij de Ethiopische grenzen met Kenia en Soedan, nog bereiken. Want dat is uiteindelijk ons doel: de Omo-vallei, door de Unesco jaren geleden uitgeroepen tot Werelderfgoed van de mensheid omdat het afgelegen en moeilijk toegankelijk gebied ‘een etnografische schatkamer’ is. Het leefgebied van tientallen nomadische en semi-nomadische stammen met hun eigen taal en eeuwenoude regels en rituelen.
Maar vooral omdat stammen als de Hamer, Konso, Dassanech, Dorse, Karo, Banna, Mursi of Koygu zo ongelooflijk fotogeniek zijn. Onbekend met en onaangetast door het moderne leven. Trots op hun gebruiken en gewoontes. Op hun vaak halfnaakte lijven die ze beschilderen, tatoeëren en bekrassen. Als teken van liefde, dapperheid, eer en loyaliteit naar de eigen stam. ‘Afrika zoals heel Afrika ooit geweest moet zijn’, zegt een Amerikaanse antropoloog verrukt tijdens een tussenstop in de Turmi Lodge. Hoe lang dat zo blijft is echter maar de vraag.

Ajke Kala, een 18-jarige jongen van de Hamer-stam, vertelt over de gevaren die de diverse stammen in de Omo-vallei bedreigen: toenemend alcoholisme, wapenhandel door warlords uit de naburige conflictgebieden Somalië en Zuid-Soedan, de bouw van de hydro-elektrische dam Gibe III die een eind driegt te maken aan de jaarlijkse overstroming van de Omo-rivier en gevolgen zal hebben voor de visstand en de vruchtbare slib op de rivieroevers. Maar misschien wel het ergste gevaar zouden wij toeristen kunnen zijn.
Kala, gekleed in het groengele voetbalshirt van het nationale team van Ethiopië, leeft naar eigen zeggen in twee werelden. Die van zijn stam en de wereld erbuiten. ‘Natuurlijk draag ik het liefst traditionele kleding, leef ik het liefst volgens de eeuwenoude regels. Jullie toeristen brengen echter ook een andere wereld mee. Eentje met mobieltjes, moderne kleding en persoonlijke vrijheden als de vrijheid om een eigen echtgenote te kiezen. ’
Kala weet het zeker: Hij zal nooit een meisje van zijn stam trouwen. Doe hem maar een Europese vrouw. Wat hij ook niet meer doet? ‘Poseren voor foto’s’. Terwijl hij dat zegt, is in het Hamerdorp een feest uitgebarsten voor de 22-jarige Geysho Mokaze, die binnenkort vier keer naakt over de ruggen van een aantal stieren moet springen. Een ritueel dat elke Hamerjongen moet doorstaan om tot de mannengemeenschap te worden toegelaten.
Mokaze gaat geregeld in een kring met oudere Hamermannen zitten, zingt liederen over onder meer de liefde en laat een kalebas met lauw bier rondgaan. Tientallen Hamervrouwen springen en dansen op een open veld of gaan voor houten hutjes staan om zich daar gretig door toeristen te laten fotograferen. Kleine jongetjes, soms halfnaakt, lachen hun tanden bloot, kijken afwisselend blij en serieus en nemen briefjes van één of vijf Birr aan na elke foto.

Plotseling besef ik dat we met onze komst, met onze drang naar foto’s van authentieke stammen, misschien wel het tegenovergestelde zouden kunnen bereiken. Zo beklaagt de Tsjechische toerist Pavel zich tijdens het feest in het Hamerdorpje dat hij het idee heeft getuige te zijn van ‘een grote kermisattractie’. Twee Amerikaanse toeristen, naar eigen zeggen op fotosafari, vinden daarentegen de dansende Hamervrouwen en halfblote kindertjes ‘amazing’ en ‘authentic’ en betalen grif 5 birr voor elke foto.

Wie heeft er nou gelijk? Als ’s avonds alle toeristen weer zijn vertrokken, blijven wij als enigen in tentjes bij de Hamer slapen. Aangespoord door het lauwe bier in de kalebas vragen we een aantal Hamermannen of we nou getuige zijn geweest van een voorstelling. Een duidelijk antwoord blijft echter uit. Op z’n Ethiopisch beantwoorden de Hamermannen onze vraag met een tegenvraag: ‘Jullie komen toch foto’s halen?’

Reizigers met Fair2 verblijven echt bij de lokale bevolking, anders dan andere reizigers.
Ook betalen zij niet voor foto’s, maar door bij te dragen aan de ontwikkeling met hun komst,
overnachting en maaltijden.


Alle foto's zijn gemaakt door Sanne de Wilde.